Navigation Path: Home > De Euro > Bankbiljetten > De invloed van eurobankbiljetten op het milieu
Als milieubewuste instelling doet de ECB haar uiterste best verantwoord gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen, om zo de kwaliteit van het milieu te bewaren en de gezondheid van de mens bij de productie en verspreiding van eurobankbiljetten te beschermen.
Al in 2003 heeft de ECB een beoordeling uitgevoerd om de invloed van eurobankbiljetten op het milieu in kaart te brengen en om uit te vinden of het product of processen in dit opzicht eventueel verbeterd konden worden. Aangezien de eurobankbiljetten producten zijn voor alledaags gebruik, werden zij vergeleken met twee andere alledaagse producten en diensten: het rijden van een particuliere auto en het branden van een 60-watt lamp.
Uit de beoordeling kwam de conclusie naar voren dat de invloed van eurobankbiljetten op het milieu gedurende hun gehele levenscyclus gelijk is aan die van elke Europese burger die één kilometer auto rijdt of aan het een halve dag laten branden van een 60-watt lamp.
De studie volgde de internationale norm ISO 14040 ff. en had betrekking op de gehele levenscyclus van bankbiljetten - van de productie, opslag en verspreiding tot de behandeling ervan aan het einde van de cyclus.
De beoordeling was gebaseerd op procesgegevens die werden verzameld bij in totaal 31 leveranciers in de gehele bankbiljettenleverantieketen, op specifieke gegevens betreffende de gebruikte grondstoffen en op literatuurgegevens over standaardsprocessen, zoals de productie van elektriciteit of transport, veelal afkomstig van de Ecoinvent-databank van 2002. De beoordeling had betrekking op de totale bankbiljettenproductie in 2003, die ongeveer 3 miljard bankbiljetten bedroeg, in alle coupures, met een totaal gewicht van rond 2500 ton.
Bovenkant paginaDe eurobankbiljetten zijn veilig: onafhankelijke testresultaten bevestigen dat de eurobankbiljetten voldoen aan alle EU-verordeningen ten aanzien van een breed scala van in de eurobankbiljetten aanwezige chemische stoffen. Alle stoffen in de biljetten werden aangetroffen in concentraties ver onder de limiet.
Al vóór hun invoering in januari 2002 zijn de eurobankbiljetten getest op mogelijke risico's met betrekking tot orale giftigheid, huidirritatie en genotoxiciteit. Waar specifieke regelgeving voor bankbiljetten ontbrak werden de tests uitgevoerd conform de ISO 10993-Deel 3-norm. De uitkomsten bevestigden dat de eurobankbiljetten geen van de hierboven genoemde gevaren veroorzaken.
Daarnaast heeft de ECB de algemene gezondheids- en veiligheidsrisico's in verband met de productie en het gebruik van eurobankbiljetten beoordeeld. Uitgebreide laboratoriumanalyses van representatieve monsters hebben aangetoond dat er geen bewijs was van de aanwezigheid van veel gevaarlijke stoffen in de eurobankbiljetten, of dat deze werden aangetroffen in slechts zeer lage concentraties ver onder de wettelijke limieten, zoals die welke gelden voor voedingsmiddelen of alledaagse producten die in contact komen met het menselijk lichaam.
Sinds 2001 is het Eurosysteem gevraagd over een verscheidenheid aan stoffen (zie hieronder voor nadere details). In alle gevallen was ofwel de concentratie zo minimaal dat deze geen gevaar voor de gezondheid betekende ofwel werd de stof in het geheel niet aangetroffen.
In februari 2002 publiceerde het Duitse blad "Öko-Test" een artikel over de aanwezigheid van organotin-samenstellingen in de eurobankbiljetten, met de volgende concentraties:
TBT wordt gebruikt in veel verschillende alledaagse producten. Het is een bekende stabilisator in plastic materialen en wordt beschouwd als giftig in hoge concentraties. De Toegestane Dagelijkse Opname (TDO) van TBT voor een persoon is 0,25 μg/per kilogram gewicht/per dag. Een persoon die 75 kg weegt zou dus zijn/haar hele leven lang elke dag enkele duizenden bankbiljetten moeten eten om een hoeveelheid TBT tot zich te nemen die in de buurt komt van de TDO. Hoewel deze hypothese zeer onrealistisch is, heeft de ECB desalniettemin in 2002 besloten TBT uit alle voor de productie van de eurobankbiljetten gebruikte grondstoffen te laten verwijderen om elke bezorgdheid onder het grote publiek over de aanwezigheid van giftige elementen weg te nemen.
Publicaties in de pers in 2003 vermeldden dat de eurobankbiljetten werden gedrukt op papier met een hoge concentratie genetisch gemanipuleerde katoenvezels.
De eurobankbiljetten worden gedrukt op papier dat gemaakt is van 100% cellulose. De voor de bankbiljetten gebruikte katoenvezels zijn dezelfde als die welke worden gebruikt voor de productie van textiel voor kleren. Alle bij de productie van het eurobankbiljettenpapier betrokken papierfabrikanten gebruiken katoenkammelingen als grondstof. Deze worden op de open markt gekocht, ofwel rechtstreeks van de textielindustrie als spinafval, ofwel van afvalverzamelaars of tussenpersonen. Dientengevolge is het mogelijk dat de voor de productie van het eurobankbiljettenpapier gebruikte grondstof - net als het geval is bij de productie van textiel - genetisch gemanipuleerde verzels bevat.
Het productieproces voor het eurobankbiljettenpapier omvat echter verschillende chemische en fysieke behandelingen die de door de genetische manipulatie beïnvloede proteïnen verwijderen. Er zijn gedetailleerde laboratoriumanalyses uitgevoerd, die hebben aangetoond dat zich in het eurobankbiljettenpapier en de eurobankbiljetten geen enkele vindbare genetisch gemanipuleerde structuur bevindt.
Een nationale centrale bank van het Eurosysteem is in 2003 gevraagd naar een mogelijke allergische reactie op colofonium: een stof waarvan vermeend werd dat die in eurobankbiljetten aanwezig was. Colofonium is een stof die gewoonlijk wordt gebruikt voor verbetering van de drukkwaliteit van briefpapier en drukpapier. Daarop volgend uitgevoerde laboratoriumtests hebben bevestigd dat er geen aanwijzingen zijn dat er zich colofonium in de eurobankbiljetten bevindt.
Een nationale centrale bank van het Eurosysteem is in 2005 gevraagd naar een mogelijke allergische reactie op het in eurobankbiljetten aanwezige p-phenylenediamine. P-phenylenediamine wordt onder andere gebruikt als een verbinding in haar- en hennaverven.
Daarop volgend uitgevoerde laboratoriumtests wezen op een maximumconcentratie van p-phenylenediamine in eurobankbiljetten van 0,182 mg/kg, d.w.z. 1/300.000 van de krachtens EU-wetgeving ten aanzien van cosmetica maximum toegestane concentratie. Volgens de op dit punt geraadpleegde experts kan de aanwezigheid van een dergelijke kleine concentratie geen enkele invloed op de volksgezondheid met zich meebrengen.
Een nationale centrale bank van het Eurosysteem is in 2006 gevraagd naar een mogelijke allergische reactie op het in eurobankbiljetten aanwezig gedachte glutaral (glutardialdehyde). Glutardialdehyde wordt gebruikt als ontsmettingsmiddel en als langwerkend conserveringsmiddel. Na uitgebreid onderzoek is men tot de conclusie gekomen dat er geen bewijs was voor de aanwezigheid van glutaral in de eurobankbiljetten.
In 2002 is de ECB gevraagd naar een mogelijke allergische reactie op het in de eurobankbiljetten aanwezige nikkelsulfaat.
Ten gevolge van de chemische structuur van nikkel en daarvan afgeleide producten is een specifieke analyse van nikkelsulfaat zeer lastig. Daarom is het “algehele nikkel-” en het “van nikkel afgeleide producten-”gehalte geanalyseerd. De totale in niet in omloop gebrachte bankbiljetten ontdekte concentratie bedroeg 2,4 mg per kg bankbiljetten. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) geeft een schatting van een Toegestane Dagelijkse Opname van 0,005 mg nikkel per kg lichaamsgewicht per dag. Deze (zeer stringente) indicatie betekent dat een persoon met een gewicht van 75 kg per dag meer dan honderd bankbiljetten zou kunnen eten en de totaal opgenomen hoeveelheid nikkel zou dan nog steeds onder de toegestane opname liggen.
Bovenkant paginaOm haar milieubewustheid verder uit te bouwen, ontwikkelt de ECB thans twee controlesystemen voor het Eurosysteem. Het eerste is een milieubeheersysteem dat is gebaseerd op de ISO 14001-norm voor alle betrokken partijen in de eurobankbiljettenleverantieketen. De ECB ontwikkelt dit systeem in samenwerking met alle bij de productie van de bankbiljetten betrokken partijen. Een tweede systeem zal zich richten op de gezondheids- en veiligheidsaspecten bij de vervaardiging en het gebruik van eurobankbiljetten. Ook dit systeem zal zijn gebaseerd op algemeen overeengekomen internationale normen. Beide systemen zouden in 2010 volledig geïmplementeerd moeten zijn bij de producenten.
Het opzetten van deze controlesystemen is een voorzorgsmaatregel. Zij houden rekening met de laatste ontwikkelingen in het denken over het milieu en gezondheid en zullen ervoor helpen zorgen dat de eurobankbiljetten aan alle toepasselijke normen blijven voldoen.
Bovenkant pagina